De nachten van kater Dirk (1)

Het is nacht. Ergens aan de rand van een sloot drukt een zwart-witte kater zich in het uitgebloeide gras. Hij houdt zich volkomen stil, maar onder zijn dikke vacht is iedere spier, ieder peesje als een veer gespannen. Alleen de punt van zijn staart verraadt wat er in hem omgaat. Vóór hem in het gras zitten twee muizen op plantenzaden te knabbelen. De kattenogen worden zwarter en zwarter. Dan een sprong…

Van iemand houden kan dodelijk zijn voor je gemoedsrust. Vooral als die iemand een kat is. Ik spreek geen kats, dus hoe moet ik mijn Dirk, mijn zwart-wit geblokte lievelingskater waarschuwen voor al het kwaad dat hem wacht wanneer hij zich door het kattenluik naar buiten wringt? Hoe vertel je een kat dat hij op moet passen voor auto’s en brommers? En voor jagers die het op zwerfkatten hebben gemunt? Of kattenhaters die vergiftigd vlees neerleggen? Dat kan dus niet. Maar Dirk binnenhouden kan ook niet, want dan gaat hij dood.

 

(wordt vervolgd…)

Lees ook:De nachten van kater Dirk (5)
Lees ook:De nachten van kater Dirk (2)
Lees ook:Die éne: ode aan Dirk
Lees ook:Poes is boos
Lees ook:(B)engel?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.