Categorie: "De wereld door onze ogen"

Binnenpret

Het buitenspelen blijft een onderwerp van discussie tussen mij en mijn engeltjes. Terwijl Marcus voor de tuindeur zit te mekkeren en te grommen -wat ik zoveel mogelijk probeer te negeren- weet Moosje nog niet eens wat buiten is. Alles wat hij weet is dat hij een grote hoeveelheid energie overheeft, wat hij kwijt moet… En wel hier in huis.

Ik test mijn nieuwe baas

Al na een paar dagen luistert Marcus, de kat van wie we het het minst verwachtten, het beste naar zijn naam. Maar zo oplettend als hij dan is, is hij constant. Stap je over hem heen, dan pakt hij je been. Houd je hem beet, dat slaat hij naar je gezicht. Af en toe worden we er een beetje gek van. Zou dit wel over gaan?

Aangenaam grote broer

De dag waarop ik Mozes leerde kennen, nu ongeveer een jaar geleden, is ook de dag waarop hij voor het eerst kennis maakte met zijn grote broer.

De logge, rode Marcus is voor hem een hele verschijning en van een afstandje wordt hij bewonderd. “Maar wat kun je ermee?”, “speelt het ook?”

Ika neemt het op voor Cees Veerman

Persoonlijk ben ik van mening dat het niet zo’n goede zet is van de Partij voor de Dieren om te proberen te verbieden dat Cees Veerman de nieuwe voorzitter van Natuurmonumenten wordt. Want de politiek kan zich niet bemoeien met het voorzitterschap van verenigingen. Bovendien is Cees heus geen dierenbeul, ook al was-ie boer. Hij heeft er toch maar mooi voor gezorgd dat er geen honden- en kattenbont meer mag worden ingevoerd in de EU (zie Europees verbod op bont van honden en katten  ). Nee, ik vind Veerman nog niet zo’n slechte keuze voor zo’n ingedutte regentenclub als Natuurmonumenten!

Zie ook: Ika Cabeco de Vide – herderkruising

Honden op commando

Grappig, bij de vorige intelligentietest dacht ik meteen: o, die van mij vallen allemaal in categorie C, en dan nog niet eens tien… Maar toen ik er eens rustig voor ging zitten en alles opschreef, bleek ineens dat ze bijna 40 commando’s kennen! Er zitten dan wel synoniemen tussen, maar toch. En ik maar denken dat ze alleen een minimaal basispakketje beheersten en voor de rest gewoon erg goed gedachten kunnen lezen… 

  Dit zijn allemaal commando’s waaraan mijn honden gehoorzamen:
Af
Zit
Hier
Weg
Sst!
A-a!
Nee!
Zoek
Los!
Leg neer
Links (ondersteund met handgebaar)
Rechts (ondersteund met handgebaar)
Volg
Niet trekken!
Laag!
Waar is de bal?
Zoek maar een stok!
Ga maar zwemmen
Kom maar
Ja, we gaan wandelen
Andaka (Portugees voor Kom hier! Wordt alleen begrepen door Ika)
Voorzichtig
Lief zijn (tegen kleine of oude hondjes)
Ja, je mag even op de bank
Rustig!
Blijf!
Wachten!
Niet doen!
Stil!
Braaf!
Stout!
 
Tandjes kijken
Kom maar even tegen me aan staan, dan knuffelen we even (handgebaar)
Vrouwtje is heel boos!
Ho! (handgebaar)
We gaan weer terug (bodylanguage)
Ga eens netjes opzitten (handgebaar)
Klappen (=komen)
Fluitje (=komen)

De nachten van kater Dirk (5)

Het is nacht. Ineens heeft hij zin om iets te doen. Ook al leidt hij zijn eigen leven, hij wil zijn mensen toch laten merken dat hij ook op afstand weleens aan ze denkt. De zon is nog net niet op als hij eindelijk hun huis bereikt. Hij drapeert de dode rat duidelijk zichtbaar tussen de uitgebloeide teunisbloemen in de tuin. Dwars door het kattenluik heen ruikt hij hun jassen. Zal hij…? Nee, nog niet. Er zitten nog zachte dagen en nachten in de lucht. 

Dirk is nog steeds niet terug en ik moet op reis voor mijn werk. Op de ochtend voor mijn vertrek kijk ik uit het keukenraam en zie iets liggen in de tuin. Iets groots en bruins. Het is een rat, helemaal stijf en met een zeer verbaasde uitdrukking op zijn gezicht. Er is geen bloed te zien, alleen twee natte, diepe gaatjes in zijn nek. Moet ik dit beschouwen als een ansichtkaartje van Dirk?
 

Als het vliegtuig een dag later in het verre Zuiden landt, staat mijn koffer nog in Amsterdam. Staking op Schiphol. In een Spaans hotel zit ik zonder tandenborstel, zonder schone onderbroeken , zonder wandelschoenen, zonder oorbellen. Ik bel mijn vriend. Misschien kan hij iets regelen. Halverwege het gesprek onderbreekt hij mijn geklaag. ‘Wie denk je dat er terug is?’ Dirk!!! Opeens loopt alles over.    

Een huis voor vier honden

Toen wij de boerderij moesten verkopen en naar de grote zondige hoofdstad zouden verhuizen, vond mijn man dat we voor Ika en Rex maar een ander baasje moesten zoeken, want vier honden in de stad, dat kun je niet maken. Dan loop je non-stop poep van de stoep te scheppen en wat zullen de buren wel niet zeggen van de onvermijdelijke overlast?
 
Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om de twee Portugezen weg te doen. Dus besloten we een huis te zoeken dat goed bij de honden paste. Het werd een rijtjeswoning in Amsterdam-Zuidoost met drie verdiepingen. Pal aan een prachtig park gelegen, en met de huiskamer en keuken op de eerste verdieping. De begane grond is nu één grote kamer voor de honden, met een aparte werkkamer voor mij. Er ligt ook nog eens een plavuizen vloer met vloerverwarming. Kan het nog idealer? Neen. Op de tweede verdieping bevinden zich de slaapkamers: verboden terrein voor doggies. En ook voor Polle trouwens. Natuurlijk mogen de dieren wel in de huiskamer en keuken komen, maar alleen als wij erbij zijn. Als we ’s avonds televisie kijken, ligt al het vee vredig aan onze voeten te ronken. Twee handige kleuterhekjes van Ikea sluiten de trappen naar beide verdiepingen af wanneer dat nodig is.

Dagelijks maak ik nu lange wandelingen door het park tegenover ons huis, waar honden gelukkig niet aan de lijn hoeven. Als ik écht een lange wandeling wil maken, kan ik vanuit het park de loopbrug over de Weespertrekvaart nemen en dan ben ik in het Diemerbos, waar ook lange wandelroutes zijn uitgezet.
 

Ik had nooit durven dromen dat we het zó goed zouden treffen in de grote stad. En de buren? Die zijn gelukkig dol op honden!

Frodo, Sara, Rex en mijn oma in het park

 

De nachten van kater Dirk (4)

Het is nacht. Een diep gespin ronkt op uit zijn borst. Hij denkt aan zijn mensen, aan wat een rare beesten het eigenlijk zijn. Soms doen ze dingen waar hij niks van snapt. Zoals grote kuilen graven in de tuin en daar dan niet in poepen. Geeft niet, hij houdt toch van ze. Als ze heel dicht bij hem zijn en er even helemaal voor gaan zitten, praat hij met ze. Zonder geluid te maken. Soms praat zij dan in gedachtentaal terug. Dan probeert ze hem te waarschuwen voor die vent met dat geweer. Of voor de verpletterende kracht van stinkend zwart rubber. Ze weet niet wat hij allemaal nog meer in haar gedachten leest. En waarvoor hij háár allemaal zou willen waarschuwen. Voor dingen die vanbinnen zitten, in haarzelf. En dingen die buiten gebeuren. Zoals het bonenveldje langs de vaart, dat soms zo vies ruikt. En dat daar nu allemaal dode meeuwen op liggen.
 

Soms vraag ik me wel eens af of het mogelijk is om Dirk een zendertje om te doen. Dan weet ik tenminste eindelijk waar hij ’s zomers altijd uithangt. Misschien zwerft hij helemaal niet als een soort blije roverhoofdman door bos en veld. Misschien is hij eigenlijk gewoon een rotkat die van twee walletjes tegelijk eet, en er aan de andere kant van het dorp nog een tweede gezin op na houdt.

(Wordt vervolgd…)

De nachten van kater Dirk (3)

Het is nacht. Hij legt de dode muis naast zich neer en begint de regendruppels van zijn vacht te likken. Dat maakt slaperig. Eerst maar even een dutje dan, die muis loopt niet meer weg. En terwijl zijn gouden ogen langzaam dichtvallen, denkt hij aan thuis. Hij denkt aan zijn mensen, die het hele jaar op dezelfde plek wonen. Een plek waar het altijd warm is. Maar waar zelden wat te beleven valt. Daarom leeft hij ’s zomers liever buiten. Tussen de vogels en de muizen, tussen de luchtjes, tussen de sloten die wriemelen van leven. Lekker buiten, dicht bij het vuur.
 

Elke zomer maakt Dirk tochten. Meestal duren die twee of drie weken, soms vier. En dan is hij weer even een weekeinde thuis. In de herfst komt hij altijd terug. Dan verandert de alerte jager in een spinnende berg bont, die de hele winter de gemakkelijkste stoel van het huis bezet houdt. Maar Dirks zomertochten worden steeds langer. En nu is hij al zeven weken weg! Terwijl het al bijna oktober is en het al dagenlang pijpestelen regent en nog flink onweert ook. Als ik er aan denk wat er allemaal gebeurd kan zijn, is het net of een vuist mijn maag omknelt. Visioenen van een doornat geregende hoop zwartwit en rood langs de kant van een snelweg…


(Wordt vervolgd…)