(B)engel?

Mijn grote rode bol pluis is mooi en hij weet het. Sinds hij naar buiten mag, parradeert hij door de tuin als een grote vorst, maar nooit lang, liever zit hij op zijn troon, varrierend van een blok hout in de tuin, tot het lekkerste plekje van de bank, als een ware koning.
Niet te beroerd om even iets van zich te laten horen, als het niet genoeg over hem gaat “Mwauw, Allemaal leuk, die verhalen, maar even over mij”…
Misschien heb ik deze arrogantie zelf veroorzaakt door hem Marcus te noemen. `de eerste´ zou daar immers niet raar achter klinken.

Als Marcus wil eten, dan gáát Marcus eten, zich niks aantrekkend van Mozes die als eerste bij het bakje zat. “Grrrrrrrrhhhhmmmbbbllll” en weg is Moos. Het is dan ook wel duidelijk wie de baas is van dit kattenduo. Netjes wacht de kleine tot Marcus is uitgegeten, om te zien of deze nog iets heeft overgehouden voor hem.

Maar ook bij zijn baasjes heeft Markie de overhand. Geen familielid die aan het werk durft te gaan, als Marcus net heeft besloten om op schoot te gaan liggen. Aaien moet je en aaien ZUL je. En ook als Marcus naar buiten wil, zál Marcus naar buiten. Ben je niet snel genoeg, dan gromt hij je wel tot snelheid.

Klinkt als een ware monsterkat. Maar dat is nou juist het doortrapte eraan. Marcus kan een waar engeltje zijn, een schatje, alles wat je zou denken als je hem ziet, met zijn dikke vacht en grote groene ogen. Hij geeft knuffeltjes, haalt aaitjes als hij binnenkomt, geeft kopjes tot aan je knie en kan zich ´S avonds helemaal tot op zijn rug draaien voor krabbeltjes op zijn zachte buik. Totdat… Hij zijn zin niet krijgt… En dan is het HEIBEL!

Lees ook:Kattefratsen
Lees ook:Maart column; nachtelijke zoektochten en behaarde benen
Lees ook:Nog niet klaar voor de buitenwereld
Lees ook:Mijn kat is te dik!
Lees ook:De vreemde geheimen van Toxoplasma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.