Maart column; nachtelijke zoektochten en behaarde benen

Het is misschien nog niet de sprankelende, warme, voor zomer-lente van vorig jaar, maar het is lente. En de afgelopen dagen mochten we eindelijk weer proeven van de typische lente-verschijnselen die daarbij horen.
Plotseling komt er weer luid getjilp uit de tuin, alsof de vogels bij donker weer pardoes worden uitgeschakeld en bij het eerste zonnetje allemaal bij drie (1,2,3!) een gigantische keel opzetten.

Mensen raken hun chagrijnige het-is-donker-weer-dus-ik-heb-een-donker-humeur bui kwijt en blijken opeens best aardig te zijn. Echt hoor! Ik heb het vandaag nog ervaren. Een man die ik altijd als een ware brompot zag, bood daadwerkelijk zijn hulp aan bij technische moeilijkheden. Bijna had ik gevraagd dat nog eens te herhalen, maar laten we het niet overdrijven, het is nog geen zomer…
Maar ook aan de lente zitten nadelen. Mijn prachtig mooie rode Marcus zocht mij op bij de bushalte vanochtend om me een hartelijk kopje te geven aan mijn been, gevolg…; de rode haren van marcus zaten sindsdien op mijn voorheen bláúwe spijkerbroek. Een beetje jammer… Vooral omdat hij enkel-to-knie-kopjes geeft.

Maar ik maak me geen illusies dat mooie rode Marcus expres de haren aan mijn broek afveegt, zodat hij vervolgens bij het wassen geen haarballen in zijn mond krijgt, welnee! *Ziet nu toch een schaterlachende Marcus voor zich, met nog veel meer bulderende kattenvriendjes*. Één blik op mijn engeltje is genoeg om het af te sluiten met een ‘teveel aan fantasie’. Marcus geeft me een knipoog. Vreemd.

Maar om ervoor te zorgen dat mijn lezers mij niet spontaan gaan aangeven bij een kliniek voor paranoia mensen even weer terug naar de kern van het verhaal. Verharen. (Tip: aai je kat ‘S ochtends eens met een natten hand) Volgende tip… Er zit niks anders op; blijf stofzuigen, het gaat over.

Wanneer ik die middag thuis kom zit de kleine bengel Mozes in het gras bij de sloot. Hij ziet duidelijk vanalles wat niemand anders ziet (een echte kat van zijn baasje) en slaat wild om zich heen. Een aandoenlijk gezicht, maarja… Ziet hij dat ‘iets’ op de weg, dan schiet meneer er ook in volle vaart achteraan.
Dat wordt dubbel oppassen dus, in de lente, wanneer ook hommels en vliegjes hun intrede doen.

probleem nummer 3, het is zeven uur en begint te schemeren. Krijg de monsters dan nog maar eens binnen! Marcus lijkt een weerwolfinstinct te ontwikkelen zodra de avonden warmer worden en Mozes vindt het gewoon een heerlijk spelletje om je te laten zoeken en rennen. Had hij kunnen zingen dan had er een spottend *we moeten rennen, vliegen, hollen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan* uit zijn kleine bekje geklonken, maar gelukkig is er *behalve dat ze kunnen slapen, spelen, eten en luieren wanneer ze willen* toch nog íéts eerlijk verdeeld tussen mens en kat.

In ieder geval brengt de lente best wat moeilijkheden mee in de huisdieren-wereld. Maar die zon, die goudgele bal aan de horizon maakt het helemaal goed voor mij. En dus veeg ik morgen wederom lachend de haren van mijn broek en stap in de bus, terwijl Marcus knipoogt. Vreemd.

Lees ook:Nog niet klaar voor de buitenwereld
Lees ook:(B)engel?
Lees ook:Binnenpret
Lees ook:Kattefratsen
Lees ook:Allergische katten; het kan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.